De Dorpsdokter

Ontwikkelingen in de geneeskunde tussen 1870 en 1940

7. 1 Spuiten, ampullen en naalden op maat

Rond de vorige eeuwwisseling bracht de firma Wellcome – specialist in medische instrumenten – een demontabel glazen spuitje op de markt. Verpakt in een metalen doosje en vergezeld van buisjes met kleine tabletjes. Soms werden er ook ampullen met gedestilleerd water bij geleverd.  Die buisjes bevatten de toen meest gebruikte geneesmiddelen zoals atropine, digitaline en morfine. Een tabletje met de gewenste werkzame stof werd opgelost in gedestilleerd water, het spuitje werd in elkaar gezet en nadat de naald was aangebracht kon de vloeistof door de naald heen worden opgezogen en onderhuids bij de patiënt worden ingespoten.  Later kwamen er soortgelijke setjes op de markt, met kant en klare ampullen waarin het geneesmiddel al was opgelost.

Ook in die tijd moesten de artsen al alert zijn op diefstal van medicijnen. Medicijnen zoals morfine werden dan ook achter slot en grendel bewaard in de zogenaamde gifkast. Vaak was dat niet meer dan een houten kastje of kistje met een slot erop. Sommige konden ook verzegeld worden.

De injectiespuit is in de loop van de jaren sterk verbeterd. Charles Gabriël Pravaz uit Lyon maakte in 1852 al een glazen spuitje met een schaalverdeling op de zuigerstang, om opium onderhuids in te spuiten. Later kwam de schaalverdeling op de buitenkant van het glas. Dit soort spuiten werden geleverd in doosjes die vanbinnen met fluweel en zijde waren bekleed en vanbuiten met leer beplakt.

Soms werden injectiespuiten voor speciale doeleinden gemaakt, bijvoorbeeld voor het inspuiten van insuline bij suikerziekte of voor het toedienen van antistoffen tegen difterie.  Ook deze lagen vaak in mooi bekleden doosjes, net als die van mijnheer Pravaz.

Behalve voor het inspuiten van geneesmiddelen, was er ook een spuit om vocht af te zuigen. Deze was eveneens vaak in een mooi beklede doos verpakt, samen met  een set holle naalden en slangetjes. Als een tuberculosepatiënt ‘vocht achter de longen had’ kon de dokter dat afzuigen door een naald met daaroverheen een hol buisje tussen de ribben te steken. Als deze goed zat werd de naald eruit getrokken en een slangetje op het buisje geplaatst. Dit slangetje werd op de spuit met een driewegkraan aangesloten. Zo kon men het vocht uit de borstkas zuigen en na omzetten van het kraantje in een opvangbak te spuiten.

Als zich bij een patiënt door een bepaalde ziekte vocht in de buikholte had opgehoogd, kon men dat aftappen met een zogenaamde trocard. Dat was ook weer een holle buis met een naald en een driewegkraan.

Wat is hier te zien?

  1. Metalen doosje waarin een klein demontabel glazen spuitje zonder schaalverdeling, een naald en buisjes waarin tabletjes (geneesmiddelen, zoals morfine) die in gedestilleerd water opgelost moesten worden. Daarna konden ze bij de patiënt onderhuids ingespoten worden (rond 1900).
  2. Soortgelijke set, maar dan met kant en klare ampullen (1920).
  3. Gifkistje, waarin verdovende middelen zoals morfine werden bewaard. Deze kon worden verzegeld. Gebruikelijker was de gifkast in de apotheek van de huisarts, die afgesloten kon worden (1930?).
  4. Doosje met spuitje om zelf insuline in te spuiten (1940)
  5. Koker met insulinespuitje, uitgegeven door Organon (vermoedelijk rond 1960)
  6. Insulinespuit met houder. Voor mensen die bang waren zichzelf een injectie te geven of het niet konden (1940).
  7. Spuitje met een schaalverdeling op de zuigerstang om opium onderhuids in te spuiten. Het werd geleverd in een doosje dat vanbinnen met fluweel en zijde was bekleed en vanbuiten met leer beplakt.
  8. Speciale injectiespuit voor het inspuiten van een serum, die antilichamen tegen difterie bevatte. Dit was een gevaarlijke besmettelijke ziekte, waardoor kinderen konden stikken.
  9. Set met spuit en holle naalden voor het afzuigen van vocht achter de longen bij tuberculosepatiënten.
  10. Buis met holle naad en driewegkraan voor het weg laten lopen van vocht uit de buikholte.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

De klisteerspuit (laxeerspuit) is al eeuwenoud. Het gebruik ervan wordt al door de Griekse arts Hippocrates (460-377 v. Chr.) regelmatig vermeld. Het zogenaamde klisteren (afgeleid van het Griekse woord ‘kluzein’ wassen) is een inspuiting in de anus, die toegepast werd uit hygiënische overwegingen, maar ook om ziekten te bestrijden (het afvoeren van kwade sappen).

Bij een aderlating werd met een scherp mesje, een vlijm, een insnijding gemaakt in een slagader of een ader, doorgaans in de arm. Dit om het verontreinigde bloed te laten weglopen. Dit was tot aan het einde van de 18de eeuw dé behandeling voor allerlei kwalen. Deze behandeling werd toegepast om zowel een bloedarmoede als syfilis te behandelen,of om mensen te genezen van een slechte spijsvertering. Lodewijk XIII bijvoorbeeld zou een vijftigtal aderlatingen ondergaan hebben in één jaar tijd.

Aletta, de eerste vrouwelijke huisarts Ze werd geboren op 9 februari 1854 in het Groningse Sappemeer. Aletta Henriëtta Jacobs was de dochter van Anna de Jongh en huisarts Abraham Jacobs.